Wikia


Dit is de inhoud van het boek van Armadyl in het Book of the Gods. De inhoud is vertaald op deze pagina; klik hier voor de oorspronkelijke, Engelse versie.

InhoudEdit

Hoofdstuk 1 Edit

Ik kwam enkele dagen geleden op deze wereld aan. Dit is een troosteloze plaats: de grond bestaat overal uit grijs stof; het is koud en het licht schaars. Ik proef de lucht en weet dat mijn volk hier nooit zou kunnen overleven. Het is voor mij een goede plek om er een tijdje te verblijven.

Ik loop terwijl ik schrijf. Mijn vleugels laten een spoor achter in het stof, een lijn die laat zien dat ik hier was, en ik begin over mijn nalatenschap na te denken. Er is niets meer van mij op Gielinor: mijn aviansie zijn dood, ik ben mijn staff kwijt. Na een tijdje vergeten ze me. Er is iets geruststellend aan die gedachte.

Ik merk een fel licht op, ver ten westen van mij. Ik vlieg ernaartoe. Het is niets anders dan een meteoriet, rokend in een krater. De gelijkenis van deze wereld met de wildernis van Forinthry is onontkoombaar.

 


Hoofdstuk 2Edit

Er is geen land op deze wereld, gewoon wind, water en golven. Niets staat stil. De chaos van dit alles verdooft me. Ik wil graag vrede, stabiliteit, groei; dus - toen ik hier kwam - bevroor ik het water en maakte ik een eiland. Een migrerende vogel heeft nog steeds een rustplaats nodig.

Om de tijd te doden vloog ik op de zijwinden en probeerde ik mijn problemen te vergeten. Ik herinnerde me dat mijn aviansie altijd gingen vliegen wanneer ik opsteeg en speels mijn bewegingen probeerden na te doen.

Ik weet dat ik het niet kan - en niet zou mogen - vergeten... hoe graag ik dit ook wens.

Het lijkt erop dat er geen leven is op deze wereld. Ik zie de zaden van leven, maar geen leven zelf. Ik voel dat ik mijn staff wil pakken, om deze zaden een sprankje energie te geven, een duw om de zaden te helpen... Maar die is weg.

Ik heb hier genoeg tijd verspild.

 


Hoofdstuk 3Edit

De lucht is een kokende massa van giftige gassen en de grond lijkt te smelten. Maar - bij de Elder Gods - hier is leven!

Ik trok zuidwaarts, tot alles langzaam kouder werd. Ik zag iets dat op donkere stenen leek, samengesmolten in de grond. Ik probeerde eentje van zijn plek te halen en het verraste me dat hij zelf bewoog! Dit waren geen stenen, maar kleine wezens met schilden. Scherpe poten schoten naar buiten in een poging om me af te weren.

Ik bestudeerde ze. Het weer, de temperatuur en de grond veranderden, maar ze bleven stevig, gescholen in hun schelpen. Ze overleefden en hielden vol, opnieuw en opnieuw.

Ik moet doorgaan met mijn eenzame pelgrimstocht.

 


Hoofdstuk 4Edit

De lucht hier is giftig; een sterke, meedogenloze zwaartekracht trekt me naar beneden, en zelfs ik moet worstelen om in de lucht te blijven. De wereld is gas, met geen grond om op te staan. En toch is deze wereld een paradijs voor de wezens die leven in de atmosfeer: kleine wezens, de grootste niet groter dan een wesp of een kever.

Ze cirkelen om me heen. Eerst dacht ik dat ze zich wouden verstoppen in mijn veren. Maar wanneer ik mij omdraaide, keerden zij om. Wanneer ik stopte, stopten zij. Ze deden me op een speelse manier na.

Ik voel mijn oude kracht terugkeren - genoeg om terug te gaan naar mijn thuis. Diep vanbinnen voel ik dat het tijd is om terug te gaan en om mijn volgelingen opnieuw onder mijn vleugels te beschermen.

 


Community content is available under CC-BY-SA unless otherwise noted.